IN DE PUT - UIT DE PUT

IN DE PUT - UIT DE PUT is een spel voor kinderen die vaak (faal)angstig denken. Zij leren hun bange gedachtes te veranderen in realistische gedachtes (zogenaamde opkikkertjes). Voorbeelden van deze opkikkertjes staan op de achterzijde van ieder kaartje. Als kinderen het spel vaak spelen, leren ze meer positief te denken en bevordert het een reële en positieve inschatting van hun functioneren.
Leeftijd 6-88 jaar
Tijd 30 minuten
aantal spelers 2-6

Inhoud
1 groene dobbelsteen
6 speelplankjes
6 rode plastic putjes
80 kaartjes met bange gedachtes en opkikkertjes. De rode kaartjes gaan over school, de gele kaartjes over sociale situaties, de groene kaartjes over algemene situaties en de blauwe kaartjes over sport.

Schrijf de eerste review van dit product

Beschikbaarheid: In voorraad

Normale prijs: € 63,00

Speciale prijs: € 56,70

inclusief BTW | Verzendkosten: € 6.75

OF
prev
next
close
IN DE PUT - UIT DE PUT

Details

Weg met al die bange gedachtes!
Verander ze in positieve gedachtes die realistisch zijn en je kunt moeilijke situaties beter aan.

Er zijn 80 kaartjes met faalangstige gedachtes over school (rood), geel (sociale situaties), blauw (sport) en groen (algemene situaties) 16 kaartjes kun je zelf invullen. In het drieluik staat informatie over faalangst, hoe het te herkennen en wat eraan te doen voor kinderen, ouders en leerkrachten.

De bange faalangstige gedachte staat op de witte zijde van een kaartje, een opkikkertje staat op de gekleurde zijde.

Spelvormen In de Put Uit de Put

Hieronder volgen de officiële spelregels maar er is ook een simpele wijze om de kinderen snel en eenvoudig meer positief te leren denken.Leg dan de kaartjes in een stapel midden op tafel en lees om de beurt een bange gedachte en maak er een opkikkertje van. Het spel kan ook in combinatie met Springkikkerspring gespeeld worden. Leg daarvoor de cirkels met gevoelens op de grond, lees een kaartje voor en laat de kinderen springen naar 1 of meer gevoelens. Met kleuters is deze spelvorm aan te raden.

1 Klaarleggen

Elke speler pakt een spelplankje, plaatst de rode plastic put op de linker cirkel en legt tien kaartjes in de put met de witte kant (met de bange gedachtes) naar boven. De rest van de kaartjes ligt met de witte kant naar boven op een stapel in het midden. Dit is de pot.

2 Proefrondje

Voordat er echt gespeeld gaat worden, leest elk kind hardop twee kaartjes voor. Lees eerst de bange gedachtes op de witte kant en lees daarna het opkikkertje. Dat staat op de gekleurde achterkant. Leg dan de kaartjes rechts op het vrolijke kikkertje dat uit de put is.

3 Daarna

begint degene die het hoogste gooit met de dobbelsteen.
Wie 1, 2 of 3 gooit... Pakt een kaartje uit de put.
Wie 4,5 of 6 gooit... pakt een kaartje uit de pot.

En dan:
Lees de bange gedachte op de witte kant en bedenk een helpende gedachte: een opkikkertje.
Lukt het een opkikkertje te bedenken?
Leg het kaartje dan rechts neer op de vrolijke kikker. Op de achterkant van het kaartje (de gekleurde kant) staat een voorbeeld van een opkikker. Dat hoeft niet per se precies dezelfde te zijn, misschien heb je wel een veel betere opkikker bedacht!

Lukt het je niet een opkikkertje te bedenken? Soms is dat makkelijker wanneer je jezelf afvraagt:’Is het wel waar? Klopt dat eigenlijk wel’
Leg het kaartje terug in de put en probeer het een volgende keer opnieuw.

4 Einde

Je hebt gewonnen als je als eerste alle bange gedachtes uit je put hebt veranderd in opkikkertjes. Lees deze gedachtes en kies er twee uit. Vertel welk opkikkertje jij voortaan zult denken. Daarna kiest iedereen twee kaartjes met bange gedachtes waarvan hij of zij denkt dat een of twee medespelers ze wel eens heeft. Geef hen de kaartjes en vertel daarbij waarom je dat denkt.

1 % van de opbrengst van dit spel gaat naar: www.1procentclub.nl